Zonnepaneelnieuws

Techniek

Hoeveel zonnepanelen heb je nodig om je jaarverbruik te dekken?

Solar panels on housing in the Netherlands (9198)
Foto: Eneco Group · CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Er bestaat geen vast aantal zonnepanelen dat voor iedereen werkt: het hangt af van je jaarverbruik in kWh, de opbrengst per paneel en hoeveel dak je beschikbaar hebt. Waar het écht om draait, is niet alleen hoeveel je opwekt, maar ook wanneer — want vanaf 2027 kun je zomeroverschot niet meer wegstrepen tegen winterverbruik.

Waarom je jaarverbruik het startpunt is

Om te bepalen hoeveel zonnepanelen je nodig hebt, begin je niet bij het dak, maar bij je energierekening. Je jaarverbruik in kWh is de basis: dat getal deel je door de verwachte jaaropbrengst per paneel om een indicatie te krijgen van het aantal panelen dat nodig is om dat verbruik te dekken. Een gemiddeld huishouden verbruikt een aantal duizenden kWh per jaar, maar dat verschilt sterk per situatie: een huishouden met een warmtepomp of elektrische auto verbruikt aanzienlijk meer dan een huishouden dat alleen kookt en verlicht op stroom.

Belangrijk is dat 'dekken' hier iets specifieks betekent: het gaat om de optelsom over het hele jaar, niet om elk moment van de dag. Zonnepanelen leveren namelijk sterk wisselend op door het jaar heen. Volgens Milieu Centraal wordt slechts 3% van de jaaropbrengst in januari opgewekt en 2% in december, terwijl juni en juli allebei 13% van de jaaropbrengst voor hun rekening nemen. Mei zit met 13% op hetzelfde niveau als juni en juli. Dat betekent dat 'je jaarverbruik dekken' vooral een boekhoudkundig gegeven is: in de zomer wek je fors meer op dan je verbruikt, in de winter fors minder.

Van kWh-verbruik naar een concreet aantal panelen

Om van je jaarverbruik naar een aantal panelen te rekenen, heb je drie gegevens nodig: je jaarverbruik in kWh, de verwachte opbrengst per paneel per jaar en de ruimte die je op je dak beschikbaar hebt. Dat tweede getal is het scharnierpunt van de hele som, en daar kun je aan rekenen. Milieu Centraal gaat in zijn prijstabel uit van panelen van 435 wattpiek — het vermogen dat op dit moment gangbaar is — en komt dan uit op 2.300 kWh per jaar voor een set van 6 panelen, 3.000 kWh voor 8 panelen en 3.800 kWh voor 10 panelen. Grofweg dus zo'n 380 kWh per paneel per jaar. Verbruik je 3.000 kWh, dan zit je met acht van zulke panelen op papier op je jaarverbruik.

Dat getal is een uitgangspunt, geen belofte. Milieu Centraal wijst erop dat verreweg de meeste Nederlandse daken geschikt zijn voor zonnepanelen — ze liggen al op meer dan 2,9 miljoen huizen — maar 'geschikt' is niet hetzelfde als 'optimaal'. In de tabel van Milieu Centraal over richting en helling levert een dak op het zuiden met een helling van 30 tot 45 graden de hoogst haalbare opbrengst op: 100 procent. Dezelfde panelen op het westen bij 45 graden leveren 25 procent minder, en op het noorden bij 45 graden blijft er 45 procent over. Schaduw komt daar nog bovenop: bij de meeste systemen verlaagt schaduw op één paneel de opbrengst van het hele systeem.

Wie een schaduwrijk of ongunstig gericht dak heeft, heeft dus meer panelen — of een andere aanpak — nodig dan wie een vrijliggend zuiddak heeft. Een preciezere berekening op basis van jouw dak en verbruik hoort thuis bij een installateur, maar het startpunt — je kWh-verbruik — bepaal je zelf uit je jaarafrekening. Wil je dieper in de techniek van panelen en vermogen duiken? Kijk dan op de pagina Techniek voor meer achtergrond.

Waarom wanneer je opwekt er vanaf 2027 toe doet

Tot en met 31 december 2026 weegt het binnen de salderingsregeling nog weinig of je zonnestroom op het moment zelf verbruikt of teruglevert aan het net: je streept teruggeleverde stroom weg tegen stroom die je later verbruikt, zonder daarover belasting te betalen. Een huishouden dat in de zomer 2.500 kWh teruglevert, mag die 2.500 kWh in de winter gratis verbruiken — dat heet salderen, aldus Rijksoverheid.nl. Let op dat de saldering niet je hele rekening is: rekent je leverancier daarnaast terugleverkosten per teruggeleverde kilowattuur — de methode die de ACM in het modelcontract per 1 januari 2026 voorschrijft — dan kost terugleveren je nu al geld.

Vanaf 1 januari 2027 stopt die regeling definitief. Je mag dan zelf opgewekte stroom niet meer verrekenen met je verbruik; je krijgt in plaats daarvan een vergoeding voor stroom die je teruglevert aan het net. Die vergoeding verdwijnt niet — tot 2030 moet ze volgens de Rijksoverheid minimaal 50 procent van het kale leveringstarief zijn, het stroomtarief zonder belastingen — maar ze ligt daarmee wel flink lager dan de prijs die je zelf per kWh betaalt. Dat maakt het aantal zonnepanelen dat 'genoeg' is vanaf 2027 een andere vraag dan nu: het gaat er niet meer alleen om of je jaarverbruik gedekt wordt, maar ook om hoeveel van je eigen stroom je direct zelf gebruikt op het moment dat de panelen hem opwekken. Precies daarom loont het te kijken naar wat er verandert in het dossier over de afbouw van de salderingsregeling.

Wat dit betekent voor jouw keuze

Voor wie nu overweegt zonnepanelen te installeren of uit te breiden, verandert de rekensom dus in twee stappen. Eerst bepaal je, zoals hierboven beschreven, hoeveel panelen nodig zijn om je jaarverbruik op papier te dekken. Vervolgens is het slim om na te denken over wanneer je die stroom verbruikt, omdat dat na 2027 direct invloed heeft op wat de panelen je opleveren. Milieu Centraal noemt zonnepanelen niet voor niets een investering die over de hele levensduur drie à vier keer goedkopere stroom oplevert dan ingekochte stroom — maar dat voordeel geldt vooral voor de kilowatturen die je zélf verbruikt, en dat is gemiddeld zo'n 30 procent van je opwek.

Daar hoort een nuance bij die makkelijk wegvalt als je alleen naar 'mijn jaarverbruik dekken' kijkt. Milieu Centraal stelt namelijk dat het voor huishoudens met een gemiddeld stroomverbruik financieel niet aantrekkelijk is om zoveel panelen neer te leggen dat er veel meer stroom wordt opgewekt dan verbruikt; je dak helemaal vol leggen noemt Milieu Centraal niet de slimste keuze voor je portemonnee. Andersom geldt: kijk niet naar je verbruik van vorig jaar maar naar je verwachte verbruik. Komt er een volledig elektrische warmtepomp of een elektrische auto bij, dan kan het juist verstandig zijn wat meer panelen te nemen. Ook de opstelling telt mee in die afweging: op een plat dak brengt een oost-westopstelling volgens Milieu Centraal ongeveer 10 procent minder op dan panelen die allemaal op het zuiden staan, maar je kunt er wel meer kwijt en de opwek is beter over de dag verspreid — wat weer beter aansluit bij je eigen verbruik.

Dat is ook de reden waarom een thuisbatterij voor sommige huishoudens interessanter wordt: die vangt het zomeroverschot op en zet het in op momenten dat je het zelf nodig hebt, in plaats van het voor een lage vergoeding terug te leveren. Meer daarover lees je in het dossier over de opkomst van de thuisbatterij. Voor wie subsidiemogelijkheden wil combineren met een nieuwe investering, is ook de subsidiepagina een logisch vervolg.

Veelgestelde vragen

Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig om mijn stroomverbruik volledig te dekken?
Dat hangt af van je jaarverbruik in kWh, de opbrengst per paneel en de ligging van je dak. Je deelt je jaarverbruik door de verwachte jaaropbrengst per paneel om een indicatie te krijgen. Milieu Centraal rekent met panelen van 435 wattpiek en komt op 3.000 kWh per jaar voor een set van 8 panelen, oftewel zo'n 380 kWh per paneel. Voor een preciezere berekening op basis van schaduw en dakligging is advies van een installateur nodig.
Maakt het uit in welke maand mijn zonnepanelen het meest opleveren?
Ja. Volgens Milieu Centraal wekken zonnepanelen in juni, juli en mei elk 13% van de jaaropbrengst op, tegenover slechts 2 tot 3% in december en januari. Tot 2027 vangt de saldering dat seizoensverschil grotendeels op; daarna niet meer. Rekent je leverancier terugleverkosten per teruggeleverde kilowattuur, dan telt een zomeroverschot nu al mee in je rekening.
Verandert het aantal benodigde panelen door het stoppen van de salderingsregeling?
Het aantal panelen om je jaarverbruik op papier te dekken verandert niet, maar wat dat je oplevert wel: vanaf 2027 krijg je voor teruggeleverde stroom een vergoeding in plaats van gratis verrekening. Die vergoeding moet tot 2030 minimaal 50 procent van het kale leveringstarief zijn. Zie het dossier over de afbouw van de salderingsregeling voor de details.
Is elk dak geschikt voor voldoende zonnepanelen?
Verreweg de meeste Nederlandse daken zijn geschikt, meldt Milieu Centraal; er liggen al panelen op meer dan 2,9 miljoen huizen. Ligging, schaduw en obstakels bepalen wel hoeveel panelen nodig zijn om je verbruik te dekken: een dak op het zuiden met een helling van 30 tot 45 graden geeft de hoogst haalbare opbrengst, op het westen bij 45 graden is dat 25 procent lager.
Kan ik beter mijn dak helemaal vol leggen?
Voor huishoudens met een gemiddeld stroomverbruik is dat volgens Milieu Centraal financieel niet aantrekkelijk: veel meer opwekken dan je verbruikt levert weinig op, zeker nu salderen eind 2026 stopt. Reken liever met je verwachte verbruik, inclusief een eventuele warmtepomp of elektrische auto.