Zonnepaneelnieuws

Techniek

Mono- of bifaciale zonnepanelen: wat is het verschil?

Rooftop solar panels, Goldwire Lane, Monmouth - geograph.org.uk - 6590080
Foto: Jaggery · CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Een monofaciaal zonnepaneel vangt alleen licht aan de voorkant op. Een bifaciaal zonnepaneel heeft ook een actieve achterkant en kan daarmee licht benutten dat via de ondergrond wordt gereflecteerd. Dat levert vooral extra stroom op bij lichte, reflecterende ondergronden en vrije ruimte achter het paneel. Op een standaard schuin dak met donkere pannen is het meeropbrengst vaak klein, terwijl het paneel wel duurder kan zijn.

Wat is het verschil tussen mono- en bifaciaal?

De termen mono en bifaciaal gaan over twee verschillende eigenschappen. Mono verwijst naar het type zonnecel: monokristallijn. Dat is bij moderne panelen de standaard. Bifaciaal verwijst naar de constructie: het paneel kan aan twee kanten licht opvangen. Een bifaciaal paneel is dus meestal ook een monokristallijn paneel, maar dan met een transparante achterkant of glasplaat in plaats van een ondoorzichtige folie. Daardoor kan licht dat op de ondergrond valt, gereflecteerd worden naar de achterkant van het paneel en alsnog stroom opleveren.

Bij een traditioneel monofaciaal paneel gaat dat gereflecteerde licht verloren. Het verschil in opbrengst hangt daarom sterk af van de plek. Ligt het paneel strak op een donker dak, dan is er weinig licht dat de achterkant kan bereiken. Staat het paneel vrij op een plat dak met witte dakbedekking of boven een lichte ondergrond, dan kan de meeropbrengst oplopen.

Wanneer loont een bifaciaal paneel?

Bifaciale panelen zijn vooral interessant bij opstellingen waar de achterkant echt licht kan zien. Denk aan een plat dak met witte grindbedekking, een carport, een overkapping of een veldopstelling. Daar kan het gereflecteerde licht een meetbaar hogere opbrengst geven. Op een standaard schuin dak liggen panelen meestal dicht op de pannen. De ruimte achter het paneel is minimaal en de ondergrond is vaak donker. De meeropbrengst is dan beperkt en weegt niet altijd op tegen de hogere aanschafprijs.

Let ook op het gewicht en de afwerking. Bifaciale panelen hebben vaak glas aan beide zijden, waardoor ze zwaarder zijn. Dat kan invloed hebben op de montage en de dakbelasting. Vraag bij twijfel een installateur om een opbrengstberekening voor jouw specifieke dak, in plaats van alleen naar het vermogen in Wattpiek te kijken. Meer over het vermogen van panelen in 2026 lees je in ons artikel over Wattpiek en wat normaal is.

Wat betekent dit voor je opbrengst en zelfverbruik?

Van de zonnestroom die je panelen opwekken, verbruik je gemiddeld zo'n 30 procent direct zelf. De rest lever je terug aan het net. Tot en met 2026 kun je die teruggeleverde stroom nog salderen, maar vanaf 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling definitief. Daarna krijg je voor teruggeleverde stroom nog maar een kleine vergoeding. Het wordt dan belangrijker om zoveel mogelijk van je eigen stroom direct te gebruiken. Een bifaciaal paneel kan daarbij helpen als het op een plek ligt waar de achterkant echt meer licht vangt, maar het is geen vervanging voor een goed doordacht systeem. Kijk ook naar hoe je je zelfverbruik zonder batterij kunt verhogen.

De keuze voor mono- of bifaciaal heeft geen invloed op de salderingsregels. Wel kan een hogere opbrengst per paneel betekenen dat je minder panelen nodig hebt voor dezelfde jaaropbrengst. Dat is relevant als je dakruimte beperkt is. De totale jaaropbrengst blijft echter afhangen van ligging, helling, schaduw en het vermogen van de omvormer. Lees ook ons artikel over string- of micro-omvormers om te zien wat bij jouw dak past.

Kosten en terugverdientijd

Bifaciale panelen zijn doorgaans iets duurder dan vergelijkbare monofaciale panelen. Of die meerprijs zich terugverdient, hangt af van de extra opbrengst. Bij een opstelling met veel reflectie kan dat gunstig uitpakken. Bij een standaard schuin dak is de meeropbrengst vaak te klein om de hogere prijs te rechtvaardigen. Kijk daarom niet alleen naar het paneeltype, maar naar het totaalplaatje: opbrengst per jaar, kosten per kWh en het moment waarop je de stroom verbruikt. Zonnepanelen leveren over hun levensduur nog altijd zelf opgewekte stroom op die goedkoper is dan stroom van de energieleverancier, ook na het einde van de saldering. Meer over de financiële kant lees je in ons dossier over de afbouw van de salderingsregeling.

Veelgestelde vragen

Is een bifaciaal paneel altijd beter dan een monofaciaal paneel?
Nee. Bifaciale panelen leveren alleen meer op als de achterkant voldoende licht kan vangen, bijvoorbeeld bij een lichte ondergrond of vrije opstelling. Op een donker schuin dak is de meeropbrengst vaak klein.
Zijn bifaciale panelen zwaarder dan gewone panelen?
Vaak wel, omdat ze aan beide zijden glas hebben. Dat kan invloed hebben op de montage en de dakbelasting. Laat dit controleren voordat je kiest voor bifaciale panelen.
Heb ik een speciale omvormer nodig voor bifaciale panelen?
Nee, bifaciale panelen werken met dezelfde omvormers als monofaciale panelen. Wel moet de omvormer passen bij het totale vermogen van je installatie. Lees meer over de keuze in ons artikel over string- of micro-omvormers.
Kan ik bifaciale panelen ook op een plat dak leggen?
Ja, juist op een plat dak met een lichte dakbedekking of grind kunnen bifaciale panelen meer licht aan de achterkant opvangen. Zorg wel voor voldoende afstand tussen paneel en dak, zodat het gereflecteerde licht de achterkant bereikt.