Is zonnestroom direct zelf gebruiken slimmer dan terugleveren aan het net?

Dossier Dit artikel hoort bij het dossier De afbouw van de salderingsregeling.
Zolang salderen loopt, streep je teruggeleverde stroom weg tegen wat je later verbruikt, tegen dezelfde waarde. Toch is het verschil ook in 2026 al niet nul: rekent je leverancier terugleverkosten, dan kost elke teruggeleverde kilowattuur je nu al geld. Vanaf 1 januari 2027 stopt salderen helemaal en krijg je voor teruggeleverde stroom een terugleververgoeding die tot 2030 wettelijk minimaal 50 procent van het kale leveringstarief moet zijn — flink minder dan wat je zelf per kWh betaalt. Zelf verbruiken wordt daarmee duidelijk aantrekkelijker dan terugleveren.
Waarom het verschil in 2026 nog klein is — maar niet nul
Zolang de salderingsregeling loopt, tot en met 31 december 2026, streep je de stroom die je teruglevert weg tegen stroom die je op een ander moment verbruikt. Een voorbeeld uit de praktijk: een huishouden levert in de zomer 2.500 kWh terug aan het net. Diezelfde 2.500 kWh mag het huishouden in de winter gratis verbruiken, zonder stroomkosten, netwerkkosten of energiebelasting. Binnen de saldering alléén is teruggeleverde stroom dan evenveel waard als zelf verbruikte stroom, op de kilowattuur na die je boven het teruggeleverde volume gebruikt: daarvoor betaal je gewoon je normale tarief.
Maar de saldering is niet de hele rekening. Veel leveranciers brengen daarnáást terugleverkosten in rekening, en die staan los van de verrekening. In het modelcontract per 1 januari 2026 schrijft de ACM voor dat leveranciers terugleverkosten altijd per kilowattuur teruggeleverde stroom berekenen. Waar dat zo werkt, kost elke kWh die het net op gaat je nú al geld, terwijl een kWh die je direct zelf gebruikt niets kost. Het verschil tussen zelf verbruiken en terugleveren is in 2026 dus kleiner dan na 2027, maar het is geen nul — hoe die kosten werken lees je in terugleverkosten uitgelegd én verlagen.
Zelf verbruiken is ook los daarvan verstandig: je zonnepanelen wekken stroom op die drie à vier keer goedkoper is dan stroom die je inkoopt bij je energieleverancier. Gebruik je die stroom direct zelf, dan voorkom je sowieso dat je diezelfde energie duurder terugkoopt.
Wat er per 1 januari 2027 verandert
Vanaf 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling definitief. Zonnepaneelbezitters mogen dan niet meer wegstrepen: iedere kWh die je verbruikt, betaal je gewoon, ook als je datzelfde jaar evenveel hebt teruggeleverd. Voor teruggeleverde stroom krijg je een terugleververgoeding van je energieleverancier, die naar verwachting flink lager uitvalt dan wat je nu via salderen terugkrijgt. Energieleveranciers mogen bovendien kosten die zij maken door zonnepaneelhouders, doorberekenen aan de consument.
Achtergrond van deze stap: salderen kost energiebedrijven geld, omdat zij in de zomer veel goedkope teruggeleverde stroom moeten afnemen en in de winter dure stroom terugleveren. Dat werd deels doorberekend in hogere stroomprijzen voor iedereen, ook voor huishoudens zonder zonnepanelen. Het kabinet wil bovendien dat mensen hun eigen stroom vaker direct gebruiken in plaats van terugleveren, omdat dat minder druk geeft op het elektriciteitsnet. Meer details over de vergoeding en kosten staan in saldering stopt in 2027: vergoeding en kosten uitgelegd.
Wat dit concreet betekent voor jouw rekening
Na 2027 geldt: elke kWh die je zelf direct verbruikt op het moment dat je panelen die opwekken, bespaart je het volle inkooptarief. Elke kWh die je teruglevert, levert je alleen de lagere terugleververgoeding op. Het verschil tussen die twee bedragen bepaalt hoeveel voordeel eigen verbruik oplevert ten opzichte van terugleveren. Hoe groter dat verschil, hoe meer het loont om je verbruik te verschuiven naar de uren dat de zon schijnt.
De opbrengst van zonnepanelen is overigens niet gelijk verdeeld over het jaar: gemiddeld wekken panelen in juni, juli en mei elk zo'n 13% van de jaaropbrengst op, tegenover slechts 2 tot 3% in december en januari. In de zomermaanden is er dus veel vaker een overschot dat je ofwel zelf moet wegwerken, ofwel tegen een lage vergoeding teruglevert. Twijfel je of je systeem groot genoeg is voor je verbruikspatroon, kijk dan bij hoeveel zonnepanelen heb je nodig voor je jaarverbruik?
Hoe je je eigen verbruik kunt verhogen
Om na 2027 te profiteren van eigen verbruik, moet je stroomgebruik zoveel mogelijk samenvallen met de opwek van je panelen: overdag, op zonnige uren. Het startpunt is bescheiden: zonder er actief op te sturen verbruikt een huishouden volgens Milieu Centraal gemiddeld zo'n 30 procent van de eigen zonnestroom direct zelf — vooral via apparaten die toch al continu aanstaan. Was- en vaatwasmachine overdag draaien brengt dat naar ongeveer 35 procent. De grotere sprongen zitten bij de grootverbruikers: het voorraadvat van een volledig elektrische warmtepomp overdag opwarmen tilt het naar ongeveer 45 procent, en je elektrische auto thuis laden als de zon schijnt naar ongeveer 50 procent. Dat betekent in de praktijk: de wasmachine, vaatwasser of warmtepomp overdag laten draaien in plaats van 's avonds. Een deel van het overschot dat je toch niet direct kunt gebruiken, kun je opslaan met een thuisbatterij, zodat je die stroom 's avonds alsnog zelf verbruikt in plaats van tegen een lage vergoeding terug te leveren. Of een batterij voor jouw situatie loont, hangt af van je verbruik en investering; dat lees je in thuisbatterij kopen in 2026: voor wie loont het al?
Ook een dynamisch energiecontract kan helpen: daarmee betaal je een prijs die per uur verschilt, vaak lager op momenten dat er veel zonnestroom op het net staat. Dat maakt het aantrekkelijker om verbruik bewust te verplaatsen naar die uren. Meer hierover staat in dynamisch energiecontract na salderen: kansen en risico's.


